zondag 3 augustus 2014

Onder een massa schijn bedolven

Eind 1999 krijg ik een boek onder ogen waar ik in de pers al het een en ander over heb gelezen: Willem Frederik Hermans, de geschiedkunde en het fenomeen Friedrich Weinreb. Het boek is geschreven door dr. René Marres, universitair docent moderne Nederlandse letterkunde in Leiden. Ik weet dat er over Friedrich Weinreb in 1976 een omvangrijk rapport is gepubliceerd  door het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD, het huidige NIOD) waarin is aangetoond dat Weinreb een oplichter en verrader is geweest: door zijn toedoen zijn er tijdens de bezetting tenminste honderdachttien  personen in Duitse gevangenschap geraakt van wie er zeventig zijn omgekomen. Serieuze pogingen om de conclusies van het Weinreb-rapport te weerleggen, zijn nooit ondernomen. Het is daarom groot nieuws dat René Marres beweert dat hij wel kan aantonen dat Weinreb onschuldig is.

Ik lees het boek van Marres met grote belangstelling, maar zelfs met de geringe kennis die ik van de zaak Weinreb heb, moet ik vaststellen dat Marres het bij het verkeerde eind heeft. Wel ben ik door zijn betoog in Weinreb geïnteresseerd geraakt en ga ik meer over het onderwerp lezen. Ik ontdek daardoor steeds meer onjuistheden in Marres’ boek en ik besluit het als onbelangrijk terzijde te schuiven. Dit is ook wat de meeste recensenten met het boek hebben gedaan.
              
Tot mijn verbazing publiceert Marres in het najaar van 2002 bij Uitgeverij Aspekt een aantal hoofdstukken van zijn boek in een herziene en uitgebreide versie. Marres lijkt in dit boek nog zekerder van zijn zaak te zijn. In 2005 doet hij het nog eens over in een opnieuw uitgebreide editie die ook bij Aspekt verschijnt. Nog in 2013 publiceert hij een beschouwing waarin hij ijvert voor de heruitgave van Weinrebs leugenachtige memoires Collaboratie en verzet.   

Omdat Marres zijn standpunt blijft herhalen, begint bij mij het idee op te komen om uitgebreid in te gaan op zijn publicaties, ook al om dat ik merk dat zijn standpunt door sommige mensen wordt overgenomen. Bovendien lijkt mij het interessant om dieper op de zaak Weinreb in te gaan en zo meer te leren over de bezettingstijd. Marres verwijt de critici van zijn boek dat zij niet zijn ingegaan op de verraadzaken die hij behandelt. Ik heb geprobeerd dat wel te doen. 

Van mijn bevindingen kan in de studie Onder een massa schijn bedolven kennis worden genomen.
   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen